
Het lijkt erop dat de vermeende kerker in de oorspronkelijke configuratie niet was voorzien van nutsvoorzieningen zoals een stortbak of een keuken. Uit het onderzoek van het metselwerk blijkt dat deze installaties achteraf zijn gepland en deel uitmaakten van een bijgebouw. Deze en de kerker worden dan verbonden door een doorgang.
Bij een huiszoeking in de keuken werden duidelijke sporen van brand aangetroffen. Deze moeten waarschijnlijk in verband worden gebracht met de laatste aanval op het fort in 1430, door het leger van de prins-bisschop van Luik, Jean de Heinsberg.
Vanwege de koelte dient het geconsolideerde reservoir nu als schuilplaats voor salamanders.









